DNS-records beheren in DirectAdmin Afdrukken

  • dns, wijzigen, records, a, mx, cname, mx-record, directadmin, dns wijzigen, a-record, txt-record, domein koppelen
  • 0

In DirectAdmin kunt u DNS-records beheren voor domeinnamen waarvan de DNS-zone via uw hostingpakket wordt gebruikt. DNS-records bepalen onder andere waar uw website naartoe verwijst en welke mailserver e-mail voor uw domeinnaam ontvangt.

In dit artikel leggen we uit hoe u DNS-records in DirectAdmin toevoegt, wijzigt en controleert. Wilt u eerst weten wat A-records, CNAME-records, MX-records en TXT-records betekenen? Bekijk dan het artikel over DNS-uitleg.

Controleer eerst of DirectAdmin de actieve DNS beheert

DNS-wijzigingen in DirectAdmin hebben alleen effect als de actieve nameservers van uw domeinnaam verwijzen naar de DNS-zone die bij uw hostingpakket hoort.

Gebruikt uw domeinnaam externe nameservers, bijvoorbeeld van Cloudflare, Mijn.host, Microsoft, Google of een vorige provider, dan moet u DNS-records daar aanpassen. Alleen wijzigen in DirectAdmin is dan niet voldoende.

Controleer dus eerst waar DNS daadwerkelijk wordt beheerd voordat u records aanpast.

DNS-records openen in DirectAdmin

  1. Log in op DirectAdmin.
  2. Kies het juiste domein als er meerdere domeinen in het account staan.
  3. Ga naar Account Manager.
  4. Klik op DNS Management.
  5. Controleer de bestaande DNS-records voordat u iets wijzigt.

DirectAdmin DNS Beheer

Een nieuw DNS-record toevoegen

  1. Klik in DNS Management op Add Record.
  2. Kies het juiste recordtype, bijvoorbeeld A, CNAME, MX of TXT.
  3. Vul bij Name de naam of het subdomein in.
  4. Vul bij Value de waarde van het record in.
  5. Controleer de TTL als deze zichtbaar is.
  6. Klik op Save of Opslaan.

Controleer na het opslaan of het record correct in het overzicht staat.

Een bestaand DNS-record wijzigen

  1. Open DNS Management in DirectAdmin.
  2. Zoek het record dat u wilt wijzigen.
  3. Klik op het potlood-icoon of de bewerkknop naast het record.
  4. Pas de waarde aan.
  5. Sla de wijziging op.
  6. Controleer na het opslaan of de nieuwe waarde zichtbaar is.

Maak bij twijfel eerst een screenshot van de bestaande DNS-records. Daarmee kunt u later controleren wat er is aangepast.

Een DNS-record verwijderen

Verwijder DNS-records alleen als u zeker weet dat ze niet meer nodig zijn. Een verkeerd verwijderd record kan ervoor zorgen dat website, e-mail, verificaties of externe koppelingen niet meer werken.

Verwijder vooral niet zomaar MX-, SPF-, DKIM-, DMARC- of verificatierecords van externe diensten zoals Microsoft 365, Google Workspace, Mailchimp, boekhoudsoftware of Cloudflare.

A-record beheren

Een A-record verwijst een domeinnaam of subdomein naar een IPv4-adres. Dit wordt meestal gebruikt om een website naar de juiste server te laten verwijzen.

Voorbeeld:

uwdomein.nl.    A    192.0.2.10

Gebruik het IP-adres dat bij uw hostingpakket hoort. Vul niet zomaar een IP-adres in zonder te weten welke server daarop hoort te reageren.

CNAME-record beheren

Een CNAME-record verwijst een naam door naar een andere hostname. Dit wordt vaak gebruikt voor www of voor externe diensten.

Voorbeeld:

www.uwdomein.nl.    CNAME    uwdomein.nl.

Gebruik normaal gesproken geen CNAME-record voor het hoofddomein zelf. Voor het hoofddomein gebruikt u meestal een A-record.

MX-record beheren

Een MX-record bepaalt waar inkomende e-mail voor uw domeinnaam wordt afgeleverd. Wees voorzichtig met het wijzigen van MX-records, omdat een verkeerde instelling direct gevolgen kan hebben voor inkomende e-mail.

Voorbeeld:

uwdomein.nl.    MX    10    mail.uwdomein.nl.

Het getal is de prioriteit. Hoe lager het getal, hoe hoger de prioriteit. Bij één mailserver hoeft u hier meestal niets aan te wijzigen.

Gebruikt u e-mail via Lionserve, dan moeten de MX-records passen bij de mailconfiguratie van uw hostingpakket. Gebruikt u Microsoft 365, Google Workspace of een andere externe maildienst, dan moeten de MX-records naar die externe dienst blijven verwijzen.

TXT-record beheren

TXT-records worden vaak gebruikt voor verificatie en e-mailbeveiliging. Denk aan SPF, DKIM, DMARC en verificatierecords van externe diensten.

Voorbeelden van TXT-records:

  • SPF-records voor toegestane verzendservers.
  • DKIM-records voor digitale ondertekening van e-mail.
  • DMARC-records voor mailbeleid en rapportage.
  • Verificatierecords van Microsoft, Google, Mailchimp of andere diensten.

Maak nooit meerdere SPF-records voor hetzelfde domein. Als meerdere diensten namens uw domeinnaam e-mail mogen verzenden, moeten deze meestal in één SPF-record worden gecombineerd.

Subdomeinen en www

Controleer bij DNS-wijzigingen niet alleen het hoofddomein, maar ook www en eventuele subdomeinen.

Veelvoorkomende voorbeelden:

  • uwdomein.nl voor de hoofdwebsite.
  • www.uwdomein.nl voor de www-versie.
  • mail.uwdomein.nl voor mailinstellingen.
  • shop.uwdomein.nl of app.uwdomein.nl voor losse onderdelen.

Een website kan op het hoofddomein goed werken terwijl www nog verkeerd verwijst, of andersom.

DNS-wijzigingen zijn niet direct overal zichtbaar

Na het aanpassen van DNS kan het even duren voordat de wijziging overal zichtbaar is. Dit komt door caching bij DNS-servers, internetproviders, routers, apparaten en browsers.

In veel gevallen zijn wijzigingen binnen enkele minuten tot enkele uren zichtbaar. In sommige situaties kan dit langer duren, afhankelijk van eerdere TTL-waarden en caching.

Controleer daarom later opnieuw als een wijziging niet direct zichtbaar lijkt.

Veelvoorkomende fouten

  • DNS aanpassen in DirectAdmin terwijl externe nameservers actief zijn.
  • Het hoofddomein wijzigen maar www vergeten.
  • MX-records aanpassen terwijl e-mail via Microsoft 365 of Google Workspace loopt.
  • Een tweede SPF-record toevoegen in plaats van het bestaande record uit te breiden.
  • Een CNAME-record gebruiken waar een A-record nodig is.
  • Een verificatierecord van een externe dienst verwijderen.
  • Verwachten dat DNS-wijzigingen direct overal zichtbaar zijn.

Wat moet u niet doen?

  • Wijzig geen MX-records als u niet zeker weet waar e-mail wordt gehost.
  • Verwijder geen TXT-records van externe diensten zonder te controleren waarvoor ze worden gebruikt.
  • Maak geen meerdere SPF-records voor hetzelfde domein.
  • Wijzig niet tegelijk website-, mail- en nameserverinstellingen zonder tussendoor te controleren.
  • Gebruik geen willekeurige voorbeeldrecords als definitieve instellingen.

Wat kunt u zelf controleren?

  • Zijn de nameservers van het domein actief bij Lionserve?
  • Wijzigt u DNS op de plek waar de actieve nameservers staan?
  • Verwijst het A-record naar het juiste IP-adres?
  • Is www correct ingesteld?
  • Staan de MX-records goed voor de maildienst die u gebruikt?
  • Is er maar één SPF-record aanwezig?
  • Zijn DKIM-, DMARC- en verificatierecords behouden?
  • Heeft de DNS-wijziging voldoende tijd gehad om zichtbaar te worden?

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met Lionserve als u twijfelt welk DNS-record nodig is of als website of e-mail na een DNS-wijziging niet goed werkt.

Vermeld daarbij altijd:

  • De domeinnaam waarbij het probleem speelt.
  • Welk record u heeft aangepast of wilt aanpassen.
  • Waar u DNS heeft aangepast.
  • Welke nameservers momenteel actief zijn.
  • Of het probleem speelt met website, e-mail of beide.
  • Welke externe diensten u gebruikt, zoals Microsoft 365, Google Workspace of Cloudflare.
  • Een screenshot van de huidige DNS-records, indien mogelijk.

Verberg geen domeinnaam of DNS-recordwaarde in screenshots. Die informatie is nodig om DNS goed te kunnen controleren. Deel geen wachtwoorden of andere gevoelige gegevens.

Gerelateerde artikelen


Was dit antwoord nuttig?

« Terug