DNS uitgelegd: A-records, CNAME, MX, SPF en TTL Afdrukken

  • dns, a-record, spf, nameservers, ttl, mx, cname, domeinnaam, dns wijzigen
  • 0

DNS bepaalt naar welke server een domeinnaam verwijst. Zonder correcte DNS-instellingen weet een browser niet waar de website staat en weet een mailserver niet waar e-mail voor het domein moet worden afgeleverd.

In dit artikel leggen we de belangrijkste DNS-records uit die u bij webhosting en e-mail tegenkomt. Dit artikel is bedoeld als praktische basis. U hoeft DNS niet volledig technisch te begrijpen, maar het is wel belangrijk om te weten welk record waarvoor wordt gebruikt.

Wilt u direct weten hoe u DNS-records in DirectAdmin aanpast? Gebruik dan het artikel DNS-records beheren in DirectAdmin. Dit artikel legt vooral uit wat de verschillende DNS-records betekenen.

Wat is DNS?

DNS staat voor Domain Name System. Het vertaalt een domeinnaam, zoals uwdomein.nl, naar technische gegevens zoals een IP-adres of mailserver.

Als iemand uw website bezoekt, zoekt de browser via DNS op naar welke server het domein verwijst. Bij e-mail wordt via DNS opgezocht welke mailserver verantwoordelijk is voor het ontvangen van berichten.

Nameservers en DNS-records

Nameservers bepalen waar de DNS-zone van een domeinnaam wordt beheerd. De DNS-zone bevat vervolgens de losse DNS-records, zoals A-records, CNAME-records, MX-records en TXT-records.

Dit onderscheid is belangrijk. Als de nameservers van uw domeinnaam niet naar Lionserve verwijzen, dan worden DNS-wijzigingen in DirectAdmin mogelijk niet gebruikt. In dat geval moet u de DNS-records aanpassen bij de partij waar de actieve nameservers staan.

A-record

Een A-record koppelt een domeinnaam of subdomein aan een IPv4-adres. Dit record wordt meestal gebruikt om een website naar de juiste server te laten verwijzen.

Voorbeeld:

uwdomein.nl.    A    192.0.2.10

In dit voorbeeld verwijst uwdomein.nl naar het IP-adres 192.0.2.10. Gebruik hier altijd het IP-adres dat bij uw hostingpakket hoort.

AAAA-record

Een AAAA-record lijkt op een A-record, maar verwijst naar een IPv6-adres. Niet iedere website gebruikt IPv6. Voeg dit record alleen toe als u zeker weet dat de server en website correct via IPv6 bereikbaar zijn.

CNAME-record

Een CNAME-record verwijst een naam door naar een andere hostname. Dit wordt vaak gebruikt voor subdomeinen zoals www.

Voorbeeld:

www.uwdomein.nl.    CNAME    uwdomein.nl.

In dit voorbeeld verwijst www.uwdomein.nl naar dezelfde bestemming als uwdomein.nl.

Gebruik geen CNAME-record voor het hoofddomein zelf, tenzij u zeker weet dat uw DNS-provider dit ondersteunt via een speciale constructie zoals ALIAS of ANAME. Voor normale DNS-configuraties gebruikt u voor het hoofddomein meestal een A-record.

MX-record

Een MX-record bepaalt welke mailserver e-mail voor uw domeinnaam ontvangt. Zonder correct MX-record kan inkomende e-mail niet goed worden afgeleverd.

Voorbeeld:

uwdomein.nl.    MX    10    mail.uwdomein.nl.

Het getal, in dit voorbeeld 10, is de prioriteit. Hoe lager het getal, hoe hoger de prioriteit. Bij één mailserver is dit meestal niet iets waar u actief iets aan hoeft te wijzigen.

Gebruikt u e-mail via Lionserve, dan moeten de MX-records verwijzen naar de mailserver van uw hostingpakket. Gebruikt u een externe maildienst zoals Microsoft 365 of Google Workspace, dan moeten de MX-records verwijzen naar die externe dienst.

TXT-record

Een TXT-record wordt gebruikt om tekstuele informatie aan DNS toe te voegen. Dit type record wordt vaak gebruikt voor verificatie en e-mailbeveiliging.

Veelvoorkomende toepassingen van TXT-records zijn:

  • SPF-records voor toegestane verzendservers.
  • DMARC-records voor mailbeleid en rapportage.
  • Verificatie voor diensten zoals Google, Microsoft of andere externe platforms.

SPF-record

SPF is een TXT-record dat aangeeft welke servers e-mail mogen verzenden namens uw domeinnaam. Dit helpt ontvangende mailservers om vervalste e-mail te herkennen.

Een SPF-record ziet er bijvoorbeeld zo uit:

uwdomein.nl.    TXT    "v=spf1 a mx ~all"

Gebruik niet zomaar dit voorbeeldrecord als definitieve instelling. Controleer altijd welke SPF-waarde hoort bij uw hostingpakket of externe maildienst.

Pas SPF-records alleen aan als u weet welke diensten namens uw domeinnaam e-mail verzenden. Gebruikt u bijvoorbeeld ook Microsoft 365, Google Workspace, Mailchimp of een boekhoudpakket, dan moeten deze diensten mogelijk worden toegevoegd aan SPF.

DKIM en DMARC

DKIM en DMARC worden ook via DNS ingesteld. DKIM gebruikt meestal een TXT-record met een selector, bijvoorbeeld default._domainkey.uwdomein.nl. DMARC gebruikt een TXT-record op _dmarc.uwdomein.nl.

Deze records zijn belangrijk voor e-mailbetrouwbaarheid. Ze helpen ontvangende mailservers te controleren of e-mail echt namens uw domeinnaam verzonden mag worden.

TTL

TTL staat voor Time To Live. Dit bepaalt hoe lang DNS-informatie door andere servers en apparaten in cache mag worden bewaard.

Een lage TTL zorgt ervoor dat wijzigingen sneller opgehaald kunnen worden, maar betekent niet dat een wijziging overal direct zichtbaar is. Een hoge TTL kan ervoor zorgen dat oude DNS-informatie langer wordt gebruikt.

Voor normale situaties is een standaard TTL meestal voldoende. Verlaag de TTL alleen voorafgaand aan een geplande wijziging, bijvoorbeeld bij een verhuizing van website of e-mail.

In veel gevallen zijn DNS-wijzigingen binnen enkele minuten tot enkele uren zichtbaar. In sommige situaties kan dit langer duren, afhankelijk van caching bij providers, apparaten en eerdere TTL-waarden.

DNS-wijzigingen zijn niet altijd direct zichtbaar

Na een DNS-wijziging kan het enige tijd duren voordat de wijziging overal zichtbaar is. Dit wordt vaak DNS-propagatie genoemd. In de praktijk gaat dit meestal sneller dan vroeger, maar caching bij providers, routers, apparaten en browsers kan nog steeds vertraging veroorzaken.

Ziet u direct na een wijziging nog de oude website of werkt e-mail niet meteen, dan betekent dit niet altijd dat de DNS-instelling verkeerd staat. Controleer de records zorgvuldig en houd rekening met caching.

Veelvoorkomende fouten

  • DNS-records aanpassen op een plek waar de actieve nameservers niet staan.
  • Een A-record wijzigen terwijl eigenlijk het MX-record aangepast moest worden.
  • Een CNAME gebruiken waar een A-record nodig is.
  • Een punt aan het einde van een hostname vergeten of juist verkeerd gebruiken, afhankelijk van het DNS-paneel.
  • Meerdere SPF-records aanmaken voor één domein.
  • MX-records wijzigen zonder te controleren waar e-mail wordt gehost.
  • Verwachten dat DNS-wijzigingen overal direct zichtbaar zijn.
  • Een externe maildienst gebruiken, maar de oude MX-records laten staan.
  • DNS wijzigen bij Lionserve terwijl de domeinnaam nog nameservers van een andere provider gebruikt.

Wat kunt u zelf controleren?

  • Controleer welke nameservers actief zijn voor uw domeinnaam.
  • Controleer of u DNS wijzigt bij de juiste provider.
  • Controleer of het A-record naar het juiste IP-adres verwijst.
  • Controleer of het MX-record past bij de maildienst die u gebruikt.
  • Controleer of er maar één SPF-record bestaat.
  • Controleer of recent gewijzigde DNS-records voldoende tijd hebben gehad om zichtbaar te worden.

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met Lionserve als u twijfelt welke DNS-records nodig zijn of als website of e-mail na een DNS-wijziging niet goed werkt.

Vermeld daarbij altijd:

  • De domeinnaam waarbij het probleem speelt.
  • Welke wijziging u heeft gedaan.
  • Waar u de DNS-records heeft aangepast.
  • Of de website, e-mail of beide niet goed werken.
  • Welke externe dienst u eventueel gebruikt, zoals Microsoft 365, Google Workspace of Cloudflare.
  • Welke nameservers momenteel actief zijn voor het domein.

Deel bij voorkeur een screenshot van de huidige DNS-records. Verberg geen domeinnaam of recordwaarde, omdat die gegevens nodig zijn om DNS goed te controleren.

Gerelateerde artikelen


Was dit antwoord nuttig?

« Terug